Lipbandje & Tongriempje Baby’s en jonge kinderen

Lipband en tongriem:
We worden allemaal geboren met een tongriem en lipbanden (frenula). Bij de meeste van ons vormen deze geen problemen maar bij een aantal baby’s zijn deze te strak waardoor de bewegelijkheid  van de tong en de lip verminderd is. Dit kan er bij baby’s soms toe leiden, dat de voeding moeizaam verloopt. In dergelijke gevallen kan het verstandig zijn om zo’n tongriem of lipband door te halen. In onze praktijk hebben we daarvoor verschillende methoden. Gezien niet alle gevallen van een te strakke tongriem en/of lipband leidt tot een probleem bij de voeding voeren we deze procedure alleen uit na een verwijzing van een lactatiekundige IBCLC, huisarts of kinderarts.

Gradaties van een te kort tongriem:

    1. Klasse 1 De tongriem zit vast tot aan de punt van de tong. Dit is het type tongriem waar veel mensen aan denken als het over korte tongriempjes gaat.
    1. Klasse 2 De tongriem zit iets minder ver vast dan aan de tongpunt.
    1. Klasse 3 De tongriem zit dicht bij de basis van de tong vast.
    1. Klasse 4 Dit is de tongriem die ook wel verborgen tongriem wordt genoemd. Deze zit onder de tong en onder het slijmvlies (submucosaal) van de mondbodem. Deze kan soms alleen maar via voelen worden gediagnosticeerd en niet slechts door te observeren. Baby’s die dit type tongriem hebben, krijgen vaak ten onrechte de diagnose van een te korte tong.

Voor lipbanden bestaat een vergelijkbare gradatie en zij kunnen een rol spelen bij de sluiting van de lippen.

Beide aandoeningen kunnen leiden tot pijn bij de moeder bij het voeden van de baby, maar kunnen ook leiden tot voedingsproblematiek bij de baby zelf; er bestaat een functioneel probleem en een indicatie om deze ingreep uit te voeren.  Zoals eerder aangegeven leidt niet elk strakke tongriem en/of lipband tot een functioneel probleem. Met het ouder worden van het kind zien we ook dat er spontane verbetering kan optreden. In een aantal gevallen moeten we na doorbraak van de melktanden alsnog een lipband behandelen omdat deze het schoonhouden van de tanden in de weg zit of continu beschadigt en pijn geeft, het de spraak in de weg zit (vaak na diagnose van een logopedist) of tijdens de beugelleeftijd van 9 – 10 jaar waarbij de lipband de behandeling van de beugel tegengaat. Binnen onze praktijk zal in het geval van baby’s/zuigelingen ook alleen dan overgegaan worden tot verdere diagnose en eventuele behandeling als er een functioneel probleem bij de voeding is vastgesteld door een lactatiedeskundige IBCLC of arts.

Feiten over tongriem en lipband:

  • Het is mogelijk dat een kind een combinatie heeft van de verschillende soorten korte tongriemen, dus zowel voorliggend als achterliggend. Sommige tongriemen lijken verband te houden met een hartvormige tong; bij een verborgen tongriem kan de tong er rond of vierkant uitzien. Als er sprake is van een combinatie kan meer dan 1 behandeling nodig zijn.
  • Verborgen of submucosale tongriempjes worden vaak ten onrechte gediagnosticeerd als een korte tong. Ze zijn echter moeilijk te diagnosticeren gezien we ze vaak alleen kunnen voelen.
  • Sommige baby’s met een te korte tongriem kunnen hun tong goed uitsteken. Het kan dan zijn dat de tong niet goed omhoog komt in de mond, dat alsnog een functioneel probleem kan geven. Vaak is dan de kracht van het zuigen te weinig of zien we meer beslag op de tong.
  • Tongriemen en lipbanden zijn vergelijkbaar met de huid tussen je duim en wijsvinger: ze kunnen niet van het ene op het andere moment krimpen, uitrekken of verdwijnen. Wel kan de groei van het individu voor een positieve ontwikkeling zorgen met een spontane verbetering van het probleem
  • Tongriemen en lipbanden kunnen het vermogen van een baby om succesvol aan de borst te drinken negatief beïnvloeden of zelfs onmogelijk maken.
  • Baby’s met een te korte tongriem of een strakke lipband zijn vaak niet in staat goed uit een fles te drinken of te zuigen op een fopspeen.
  • Oudere baby’s met een korte tongriem kunnen problemen hebben met het doorslikken van vaste voeding. Hun tong is soms niet bewegelijk genoeg om het voedsel naar achteren te bewegen naar de keelholte.
  • Sommige moeders van een baby met een korte tongriem hebben in het begin meer dan genoeg melk voor hun baby. Wanneer de baby de borsten echter niet effectief kan leegdrinken en stimuleren, kan dit ervoor zorgen dat haar melkproductie terugloopt. Als gevolg daarvan kan haar kindje na verloop van tijd te weinig melk binnenkrijgen en onvoldoende groei laten zien.
  • Omdat de vertering van de melk in de mond begint, kunnen tongriemproblemen reflux en koliekachtige darmkrampen tot gevolg hebben.
  • Korte tongriemen kunnen leiden tot spraakproblemen. Het kan ervoor zorgen dat een kind later gaat praten dan gebruikelijk en ook dat het sommige geluiden en woorden minder goed kan uitspreken.
  • Korte tongriemen kunnen het doorkomen van de tanden en hun stand beïnvloeden. Je kunt soms zien dat de onderste voortanden naar binnen gericht groeien. Baby’s met een te korte tongriem hebben vaak een smal en hoog verhemelte. Daardoor is er te weinig ruimte en staan de boventanden soms erg dicht op elkaar en scheef.
  • Als er een te strakke lipband te zien is, dan is er bijna altijd ook sprake van een te korte tongriem. Omgekeerde is vaak niet waar.
  • Baby’s met korte en strakke lipbanden kunnen vaak hun lippen niet goed omkrullen. Dit kan effect hebben op het aanhappen aan en vasthouden van de borst. Ze kunnen de borst vaak ook niet diep genoeg in hun mond nemen.
  • Te korte en ver doorgegroeide lipbanden kunnen de bovenste voortanden uit elkaar duwen. Dit  zou op de beugelleeftijd kunnen leiden tot een spleet tussen de voortanden (diastema). In veel gevallen zullen de tanden weer uit elkaar groeien als de beugel wordt verwijderd. Dit gebeurt ook als er een diasteem is zonder een lipband. Meestal wordt deze dan alleen verwijderd als het het sluiten van het diasteem in de weg zit.
  • De kans op tandbederf is groter als kinderen een te strak of te ver doorgegroeid lipband hebben en het niet goed schoon te houden is. Voedsel kan in de hierdoor ontstane holtes gaan zitten of poetsen wordt moeilijk door beschadiging van de lipband en de pijn die dit met zich meebrengt.
  • Het lijkt misschien onbelangrijk, maar baby’s met korte tongriemen worden kinderen met korte tongriemen en vervolgens volwassenen die niet goed aan een ijsje kunnen likken of kunnen tongzoenen. Voor degenen die het betreft, is dit zeker geen onbelangrijk punt.

Behandeling:

De behandeling zal uit de volgende procedure bestaan:

  1. Na aanmelding via onze website via het kopje “inschrijven” krijgt u van ons een mail. We zullen een informed consent van de behandeling naar u opsturen. De medische anamnese ontvangen we graag ingevuld terug; deze kunt u eventueel ook meenemen naar het eerste consult. Hierna kan er een afspraak ingepland worden. We streven erna de afspraak binnen twee weken na aanmelding te plannen.
  2. In het consult wordt er eerst samen met u, de ouder(s) gekeken of er sprake is van een te strakke tongriem en/of lipband en wordt de verwijzing doorgesproken. De uitslag wordt besproken en indien behandeling geïndiceerd is zal de mogelijke behandeling en de inhoud ervan besproken worden. In goed overleg met de ouders kan dit consult dan direct gevolgd worden door de behandeling. Indien er geen indicatie bestaat of we de behandeling in een aparte afspraak uitvoeren, zal dit consult apart in rekening gebracht worden onder de code C13. Beide ouders zijn welkom. Houd er rekening mee dat de wachtkamer en de behandelkamer boven is en een kinderwagen niet mogelijk is. Een draagdoek of maxi-Cosi zijn aan te raden.
  3. Als tot behandeling wordt overgegaan zal er eerst verdoving worden aangebracht. Bij baby’s en zeer jonge kinderen gebeurt dit met een verdovingszalfje. Bij  oudere kinderen en jong volwassenen gebeurt dit via lokale anesthesie met een prik. Na het inwerken van de verdoving zal dan met de laser de tongriem en/of lipband worden weggehaald. Indien er sprake is van een combinatie, kan de behandelaar ervoor kiezen om dit in aparte zittingen uit te voeren bij baby’s en zeer jonge kinderen omdat er maar beperkte hoeveelheid verdovingszalf gebruikt kan worden (laag gewicht en opname door de slijmvliezen). Het voordeel van de laser is dat de wond meteen dicht zit en er geen of beperkte bloeding is. Meestal is er geen hechting nodig. In een aantal gevallen bij een gradatie 4 tongriem, zal een oplosbare hechting gebruikt kunnen worden om te voorkomen dat de tongriem weer vastgroeit en er extra verlenging kan plaatsvinden of als er meer dan gebruikelijke bloeding wordt geconstateerd. Meestal is dit alleen nodig als de eerste maal onvoldoende effect bereikt is. Meestal stopt een eventuele bloeding binnen enkele minuten en helpt druk op de wond voldoende. Aan het eind van de behandeling zullen we het verloop van de behandeling met u doornemen en de oefeningen en instructies met u doorspreken. Na de behandeling wordt  drinken en eten afgeraden. Bij baby’s wordt hierop een uitzondering gemaakt als extra troost nodig is. U kunt na de behandeling gerust in de wachtkamer nog even plaatsnemen met uw kind/baby om te troosten/voeden.  Let op: u heeft in de wachtkamer geen privacy.
  4. De nazorg is belangrijk om te voorkomen dat er een ongewenst resultaat ontstaat. Hiervoor is het belangrijk dat u goed de instructies opvolgt uit het informed consent, de oefeningen 4 maal daags goed uitvoert en u contact opneemt voor verdere begeleiding door de lactatiekundige, logopedist en/of arts die verwezen heeft voor verdere opvolging en begeleiding inclusief het afleren van eventueel gecompenseerd gedrag.  Mocht het nodig zijn qua procedure of mogelijke complicaties dan zullen we een afspraak met u inplannen voor een nacontrole.

Nazorg tips:

Baby’s:

Het advies na behandeling is gedurende 2 weken, minimaal 4 keer per dag de wond na te masseren. De wondgenezing in het mondgebied gaat zeer snel. De wond ziet er diamantvormig uit. Een aantal dagen na de ingreep kan het wondje er wit/geel kleurig bijna pus-achtig uitzien. Dit is geheel normaal. Zorg voor korte nagels en schone vingers, eventueel een medische handschoen of vingercondoompje i.v.m. infectiegevaar. Een koude vinger (niet te koud want dan weer meer pijn) is aangenamer voor de baby. Uitgebreide instructie is te zien op: www.drghaheri.com/aftercare. Ons advies is om de wond van de lip en/of tong te masseren door minimaal 1 tot maximaal 5 tot 6 keer heen en weer te wrijven rondom de won, de tong een push te geven en de lip te liften. Een andere leuke methode is te zien op: https://www.youtube.com/watch?v=ucmK28dZ3X4&feature=

 

Daarnaast zijn er nog oefeningen voor de tong:

Bent u de nazorg oefeningen vergeten: Het filmpje https://vimeo.com/55658345 duurt 3 minuten en kan als voorbeeld dienen bij jonge baby’s. De nazorg kan beperkt worden tot 15 tot 30 seconden. Het kan bij voorkeur vóór een voedingsmoment plaatsvinden. Voor oudere baby’s is het voorbeeld, https://www.youtube.com/watch?v=q9Io3Ush-S4 Deze tongoefeningen als het lukt ongeveer 1-3 keer per dag toepassen. De baby moet nu leren de tong goed te bewegen. Maak er een leuk spelletje van, zing of babbel gezellig met de baby. Verwacht niet direct resultaat, het kost tijd voor de baby om te wennen.

Kinderen en volwassenen:

Door minimaal 4 keer  per dag de lip op te tillen en de rek/spanning in de lip te voelen, weet u of de lipband niet is vastgegroeid. Ook voor de tong geldt minimaal 4x per dag onder de tong te voelen of er geen spanning of weerstand waarneembaar is, waar eerst de tong vast zat en de tong een push omhoog te geven.

Belangrijk is het gebit goed schoon te houden. De tanden kunnen gewoon gepoetst worden. Met een theelepel zout in een 0.2l glas water kan u de wond voorzichtig spoelen. Dit mag zo vaak als u wilt en helpt bij het schoonhouden van de mond.

Oefeningen voor de tong zijn:

  • Uitsteken van de tong en daarbij omhoog en omlaag bewegen
  • Uitsteken van de tong en daarbij van links naar rechts bewegen
  • Aan een ijsje of ander voorwerp likken of zuigen, waarbij de tong met name gestimuleerd wordt actief te zijn.
  • Tong van links naar rechts, 10 x
  • Aanzuigen tegen gehemelte, 10 tellen vasthouden
  • Klakken , zo vaak als maar mogelijk.
  • Tong uitsteken, 10 x
  • Tongpunt van bovenlip naar onderlip, 10 x

Complicaties en klachten na de behandeling:

Elke ingreep gaat gepaard met klachten, risico’s en kan complicaties geven. Hieronder worden de belangrijkste complicaties besproken.

  1. Nabloeding: Er is sprake van een nabloeding als er een continue stroom van  bloed uit de wond blijft komen. Dit is niet het geval als er wat bloeding ontstaat na beweging, eten of gebruik. In dat geval is de wond meestal wat open gesprongen en zal de bloeding weer spontaan stoppen. Bij een echte nabloeding kan u het beste veel druk uitoefenen gedurende 30 min met een gaas (of een schone stoffen zakdoek) op de wond. Kijk niet elke 5 min. of de bloeding gestopt is maar blijf druk uitoefenen. Zorg bij het verwijderen van het gaas dat u deze eerst nat maakt opdat u de wond niet open trekt. Deze complicaties is met de laserprocedure gelukkig zeldzaam. Het is in dit kader wel belangrijk om goed van te voren te vermelden of er geen bloedings en/of bindweefselziekten zijn, bloedverdunners gebruikt worden of in geval van baby’s er geen vitamine K supplementen gegeven zijn na de geboorte. Een extra preventie met een hechting kan dan soms veel problemen voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen en om deze reden kan u het beste de eerste twee uur na de behandeling niet eten en/of drinken zodat de stolling goed kan doorzetten. Mocht er toch een nabloeding zijn dan dient u contact op te nemen met de behandelaar of bij diens afwezigheid met de spoeddienst.
  2. Pijn en zwelling: Na de ingreep kan er een tijdelijke lichte zwelling zijn die na een dag of 3 vermindert en dan langzaam verdwijnt. Dit is normaal. Ook kan er napijn zijn die gedurende 3 dagen afneemt en meestal na twee weken verdwenen is. De napijn kan men voorkomen door voor de ingreep een paracetamol te gebruiken. Let op dat de dosering afhankelijk is van het gewicht/leeftijd en bij twijfel raadpleegt u uw huisarts of apotheek. Het beste gebruikt u op de dag van de ingreep een paracetamol en bij napijn kan u het gebruik van paracetamol voortzetten tot en met 3 dagen na de ingreep. Let hierbij ook weer op de tijdsintervallen en de maximale dosering. Na 3 dagen neemt de pijn meestal geleidelijk af en is de noodzaak van de pijnstiller minder. Neemt de pijn juist toe na deze 3 dagen, neem dan contact op met uw behandelaar.
  3. Infectie van de wond: Meestal komt dit niet voor na de behandeling met een laser en mocht er koorts ontstaan, dan heeft dit meestal een andere onderliggende oorzaak. Mocht het toch optreden, dan zou de wond na een aantal dagen meer kunnen zwellen i.p.v. slinken, de pijn juist verder gaan toenemen in de dagen na de behandeling en zou er ook koorts kunnen ontstaan. Het wondaspect gaat er dan ook anders uitzien met meer roodheid. Let op dat dit niet de roodheid is van de wondranden zelf die men bij het genezingsproces ziet. Mocht u dit waarnemen of twijfelen dan kan u het beste contact opnemen met uw behandelaar of bij diens afwezigheid de spoeddienst. Ook hierbij geldt dat voorkomen beter is dan genezen en goed schoonhouden van de wond en het volgen van de instructies belangrijk zijn.
  4. Overigen: Tijdelijk meer spugen doordat de baby effectiever drinkt: de maag kan misschien nog niet zo snel de nieuwe grotere hoeveelheid verwerken. Er kan na de behandeling een beetje ingeslikt bloed bij zitten. Dat kan geen kwaad. Ook kan in de luier een beetje groen/zwart gestold bloed zitten. Andere kleuren in de luier, inclusief een rode bloedkleur duiden op andere oorzaken. Meer speekselvloed is soms waar te nemen. Tijdelijk ruiken of stinken uit de mond. Dit omdat de tongriem en lipband weg “gebrand” zijn. Het is goed mogelijk dat 24-48 uur na de ingreep baby’s mopperig en huilerig kunnen zijn. In een enkel geval kan dit langer duren. Als baby’s echt moeilijk aan de borst of fles willen, kan er melk gegeven worden op een lepeltje of met een spuitje en deze in het mondje worden gedaan. Ook kan een medicijnbekertje aan de onderlip worden gezet en kan men voorzichtig wat melk in de mond laten glijden . Een baby zal uiteindelijk altijd weer willen drinken, maar kan moeite hebben met het wennen. Baby’s moeten opnieuw hun tong leren gebruiken en hebben compensatiegedrag aangeleerd zoals kaak klemmen om toch melk te kunnen drinken. Soms duurt het enkele dagen tot weken voordat er resultaat gezien wordt. Neem met uw lactatiekundige IBCLC contact op voor verdere begeleiding bij het aanleren van een goede manier van voeden en het afleren van het compensatiegedrag van uw baby. Neem bij twijfel of iets al dan niet normaal is gerust contact op met uw behandelaar.